Blog

De kracht van ketenbrede zorglogistieke oplossingen binnen het ziekenhuis

Unit logistiek of ketenbenadering

Steeds vaker wordt de beweging gemaakt om het geheel te optimaliseren en niet meer slechts één bepaalde unit in de keten. Het gevaar zit hem namelijk in de afhankelijkheden van de units. Het optimaliseren van een enkele unit, bijvoorbeeld een afdeling, heeft gevolgen voor de gehele keten. Deze gevolgen kunnen zowel gunstig als ongunstig zijn.

Een cardiochirurg die meer operaties wil uitvoeren moet er ook rekening mee houden dat dit resulteert in een grotere vraag naar capaciteit op de post-operatieve afdelingen, zoals de IC en de afdeling. Wil de cardiochirurg alleen maar zijn wachtlijst verkorten, dan gaat hij meer opereren. Daarmee kan zijn doelstelling wel behaald zijn, maar kan dit ongunstige gevolgen hebben voor het beddenhuis en daarmee ook voor andere specialismen.

Het is daarom goed dat steeds vaker rekening gehouden wordt met een ketenbenadering. Dit is echter ook ingewikkelder waarbij goed gereedschap aangereikt moet worden om met de afhankelijkheden om te gaan. Heel veel gereedschap kan gevonden worden in wachtrij-theoretische modellen. Immers, een keten kan gezien worden als een serie van units waarbij wachten en eventueel weigeren een rol speelt. Doordat wachtrijmodellen kwantitatief van aard zijn, kan direct het effect van “het draaien aan knoppen” inzichtelijk gemaakt worden.

Maar hoe is dan een keten te modelleren als een wachtrij?

Eenmaal een keten op papier getekend te hebben, volgen op een natuurlijke wijze de bouwstenen voor een wachtrijproces. In de wachtrijtheorie bestaan als het ware diverse soorten “blokken” die aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Voor de interactie tussen die blokken en wat dat voor gevolgen heeft voor de instroom en uitstroom bij die blokken is een raamwerk ontwikkeld.

Hoe goed kent u de rol van interactie?

Laten we kijken naar een eenvoudig voorbeeld waarbij patiënten bij de eerste hart hulp (EHH) komen. Sommige daarvan stromen door naar de hartbewaking (CCU), maar niet iedereen hoeft door te stromen. Vervolgens stroomt ook een deel van de CCU door naar de normal care (NC).

Iedere afdeling (EHH, CCU en NC) heeft een aantal “knoppen”, waaronder (1) de verblijfsduur, (2) de mate van variatie in de verblijfsduur, (3) het aantal aankomsten en (4) de mate van variatie in het aantal aankomsten. Waaraan kan gedraaid worden om het wachten op een bed op de NC te verkorten?

1. Aan de gemiddelde ligduur op de NC → Hoe korter de ligduur, des te meer bedden zullen er gemiddeld vrij zijn.

2. Aan de variatie in de ligduur op de NC → Hoe minder variatie in de ligduur, des te korter wordt de wachttijd.

3. Aan de mate van variatie in het aantal aankomsten op de NC → Des te minder de variatie in aantal aankomsten, des te beter.

Tot dusver zijn er alleen mogelijkheden beschreven die over de afdeling NC zelf gaan. Maar met het gebruik van het keteneffect is het ook mogelijk om dezelfde doelstelling te behalen door naar de andere afdelingen te kijken.

1. Aan de variatie in ligduur op de CCU → Hoe minder variatie in de ligduur op de CCU, des te “mooier” zal de uitstroom naar de NC zijn, waardoor de variatie in het aantal aankomsten bij de NC zal verminderen en dat heeft weer een gunstig effect op de wachttijd op de NC (zie punt 3 in het vorige lijstje).

2. Aan de variatie in het aantal aankomsten op de CCU → Hoe minder variatie in het aantal aankomsten op de CCU, des te “mooier” zal de uitstroom naar de NC zijn.

Natuurlijk kan ook nog meer verder naar voren in de keten aan knoppen gedraaid worden. Het is goed om hierbij op te merken dat iedere verandering in het begin van de keten een effect heeft in de rest van de keten.

Een ketenbrede oplossing

Een ketenbenadering is gewenst omdat dit voorkomt dat men een suboptimale oplossing vindt. Er is echter wel meer kennis nodig om een keten in één geheel te kunnen optimaliseren. Maar het introduceert ook weer mogelijkheden om gebruik te maken van de interactie tussen units, zoals het voorbeeld al duidelijk heeft gemaakt.

Meer informatie

Wilt u meer informatie over het gebruik van modellen of wat business analytics voor u kan betekenen, neem dan contact op met Dennis Roubos of lees hier meer over de Masterclass Business Analytics.